OneStone Advisory
← Alle inzichten
Fiscaal

Box 3 in 2026: tegenbewijs, werkelijk rendement en de BV als alternatief

Blog · 13 min leestijd

In 2026 belast box 3 nog steeds een forfaitair (fictief) rendement: 1,28% op spaargeld, 6,00% op beleggingen en overige bezittingen en 2,70% aftrek op schulden, tegen een tarief van 36% boven een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Is je werkelijke rendement lager, dan mag je via de tegenbewijsregeling over dat lagere werkelijke rendement afrekenen. De Wet werkelijk rendement box 3 moet het stelsel per 1 januari 2028 vervangen, maar die wet is nog niet aangenomen: de Eerste Kamer heeft de stemming op 30 juni 2026 aangehouden en het kabinet werkt aan een novelle.

Voor ondernemers en DGA's is box 3 zelden een losse kwestie. Spaargeld naast de onderneming, een beleggingsportefeuille, een verhuurd appartement of een lening aan de eigen BV: het hangt allemaal samen met de vraag waar je vermogen het beste kunt aanhouden. Privé in box 3, of in de BV of holding met vennootschapsbelasting en later box 2. In dit artikel zetten we de regels voor 2026 op een rij, rekenen we de tegenbewijsregeling door en geven we beslisregels voor die afweging.

Hoe wordt box 3 in 2026 berekend?

De Belastingdienst kijkt naar je bezittingen en schulden op de peildatum 1 januari 2026. Per categorie geldt een vast rendementspercentage:

  • Bank en spaartegoeden: 1,28% (voorlopig percentage, wordt begin 2027 definitief vastgesteld)
  • Overige bezittingen (aandelen, obligaties, crypto, verhuurd vastgoed, uitgeleend geld): 6,00% (definitief)
  • Schulden: 2,70% (voorlopig), na aftrek van een schuldendrempel van €3.800 per persoon (€7.600 met fiscaal partner)
  • Heffingsvrij vermogen: €59.357 per persoon (2025: €57.684)
  • Tarief: 36%

De berekening loopt in drie stappen. Eerst tel je de forfaitaire rendementen per categorie op. Dat totaal deel je door je rendementsgrondslag (bezittingen min schulden), wat een gemiddeld rendementspercentage oplevert. Dat percentage pas je vervolgens toe op de grondslag na aftrek van het heffingsvrij vermogen. Over de uitkomst betaal je 36%.

Belangrijk voor ondernemers: vermogen dat tot je onderneming behoort (box 1) of aandelen in je eigen BV (box 2) vallen buiten box 3. Een vordering van je privé op je eigen BV valt in beginsel wél in box 3, tenzij die als terbeschikkingstelling in box 1 valt.

Wat is de tegenbewijsregeling en hoe werkt die?

Na de arresten van de Hoge Raad (Kerstarrest 2021 en de arresten van juni 2024) mag de wetgever geen hoger rendement belasten dan je werkelijk hebt behaald. De Wet tegenbewijsregeling box 3 geeft daar een wettelijke basis aan. Die wet geldt voor de jaren 2017 tot en met 2027, als overbrugging naar het nieuwe stelsel.

De kern: maak je aannemelijk dat je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dan word je belast over het werkelijke rendement. Daarbij gelden vier spelregels die in de praktijk vaak verrassen:

  • Ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee. Een koersstijging van je ETF telt als rendement, ook als je niets hebt verkocht. Omgekeerd telt een koersdaling als negatief rendement.
  • Kosten zijn niet aftrekbaar. Beheerkosten, transactiekosten en onderhoud aan een verhuurde woning verlagen je werkelijk rendement niet. Alleen betaalde rente op schulden mag je aftrekken.
  • Het heffingsvrij vermogen vervalt. Kies je voor werkelijk rendement, dan telt het heffingsvrij vermogen niet mee. Voor kleine vermogens maakt dat tegenbewijs vaak onaantrekkelijk.
  • Directe opbrengsten tellen volledig. Rente, dividend en huurinkomsten (zonder aftrek van kosten) horen erbij.

Voor het belastingjaar 2025 geef je het werkelijk rendement voor het eerst direct op in de aangifte inkomstenbelasting. Het aangifteprogramma rekent beide varianten door en je betaalt over de gunstigste. Voor eerdere jaren werkte de Belastingdienst met het aparte formulier Opgaaf werkelijk rendement. Wij verwachten dezelfde werkwijze in de aangifte over 2026, maar de definitieve inrichting van dat aangifteprogramma is pas begin 2027 bekend.

Rekenvoorbeeld: wanneer loont tegenbewijs in 2026?

Neem een DGA zonder fiscaal partner met op 1 januari 2026 €100.000 spaargeld en €200.000 in een beleggingsportefeuille, zonder schulden.

Forfaitaire berekening:

  • Forfaitair rendement spaargeld: €100.000 x 1,28% = €1.280
  • Forfaitair rendement beleggingen: €200.000 x 6,00% = €12.000
  • Totaal: €13.280 op een rendementsgrondslag van €300.000, oftewel 4,43%
  • Grondslag na heffingsvrij vermogen: €300.000 min €59.357 = €240.643
  • Voordeel uit sparen en beleggen: €240.643 x 4,43% = afgerond €10.652
  • Box 3 belasting: 36% van €10.652 = afgerond €3.835

Scenario A, een matig beursjaar. Hij ontvangt €1.600 rente en €4.000 dividend, maar de portefeuille daalt per saldo €3.000 in koers. Zijn werkelijk rendement is €2.600. De belasting op werkelijk rendement is 36% van €2.600 = €936. Tegenbewijs bespaart hem dus circa €2.900.

Scenario B, een goed beursjaar. Rente €1.600, dividend €4.000 en een koersstijging van €14.000: werkelijk rendement €19.600. Belasting op werkelijk rendement zou €7.056 zijn. Het forfait (€3.835) is dan gunstiger en tegenbewijs heeft geen zin.

Scenario C, alleen spaargeld. Iemand met €120.000 op een spaarrekening tegen 1,5% rente ontvangt €1.800. Forfaitair betaalt hij 36% x 1,28% x (€120.000 min €59.357) = afgerond €279. Werkelijk zou hij 36% x €1.800 = €648 betalen, omdat het heffingsvrij vermogen vervalt. Voor pure spaarders met een rente boven het forfait levert tegenbewijs dus niets op.

De beslisregel: tegenbewijs loont vooral in jaren met koersdalingen, bij vastgoed dat in waarde daalt of nauwelijks huur oplevert, en bij vermogen dat vooral uit lage of renteloze vorderingen bestaat. Het loont zelden bij spaarders en bijna nooit in een sterk beursjaar.

Wat is de status van de Wet werkelijk rendement box 3?

De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (Kamerstuk 36748) op 12 februari 2026 aan. Het voorstel bevat in de oorspronkelijke vorm:

  • Een vermogensaanwasbelasting als hoofdregel: jaarlijks belasten van rente, dividend en huur plus de gerealiseerde én ongerealiseerde waardeontwikkeling.
  • Een vermogenswinstbelasting als uitzondering voor vastgoed en aandelen in startende ondernemingen: waardestijging wordt pas belast bij verkoop.
  • Een tarief van 36% en een heffingsvrij resultaat van €1.800 per persoon.
  • Verliesverrekening met toekomstige jaren, boven een verliesdrempel van €500.
  • Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2028. Vanaf dan vervallen het forfaitaire stelsel en de tegenbewijsregeling.

In de Eerste Kamer bleek geen meerderheid. Na het debat op 30 juni 2026 heeft de Senaat de stemming aangehouden tot na de behandeling van een novelle. In een brief van 29 september 2026 schetst het kabinet de richting van die novelle: vanaf 2028 alle financiële instrumenten (aandelen, obligaties, opties) onder een vermogenswinstbelasting in plaats van een jaarlijkse aanwasheffing, met een volledige overgang voor de overige bezittingen in 2030. Om 2028 te halen moet de novelle volgens het kabinet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen.

Ter dekking stelt het kabinet daarnaast voor om het heffingsvrij vermogen in 2027 te verlagen naar €30.846 en het forfait voor overige bezittingen te verhogen. Dat zijn op 5 oktober 2026 nog voorstellen, geen wet. Ook de verlaging van het hoge box 2 tarief naar 29,2% vanaf 2027 en de stapsgewijze verlaging van de grens voor excessief lenen van €500.000 naar uiteindelijk €100.000 zijn voorstellen die het parlement nog moet behandelen.

Onze eerlijke inschatting: of het nieuwe stelsel per 2028 ingaat, en in welke vorm, is op dit moment onzeker. Plan daarom niet op één uitkomst.

Wat betekent het nieuwe stelsel voor ondernemers en DGA's?

Ook al is de wet nog niet aangenomen, de richting is duidelijk genoeg om nu al rekening mee te houden.

  • Liquiditeit wordt een thema. Onder een aanwasbelasting betaal je belasting over koerswinst die je niet hebt verzilverd. Wie privé belegt en geen buffer heeft, moet straks mogelijk verkopen om de aanslag te betalen. De novelle wil dit voor financiële instrumenten juist voorkomen.
  • Vastgoed blijft een apart regime. In beide varianten valt waardestijging van vastgoed onder een vermogenswinstbelasting. Huur min kosten wordt jaarlijks belast. Dat maakt de vraag of vastgoed in een BV hoort opnieuw relevant; zie ons artikel over de vastgoed BV in 2026.
  • Vorderingen op je eigen BV. Een rekening courant vordering van je op je BV levert onder werkelijk rendement alleen de werkelijk ontvangen rente op. Een zakelijke rente wordt dan belangrijker dan ooit, ook omdat de Belastingdienst kijkt naar onzakelijke constructies.
  • Startende ondernemingen. Het voorstel bevat een vermogenswinstbelasting voor aandelen in start-ups. Voor informal investors en business angels is dat gunstig, maar de definitie is strikt.
  • Tot en met 2027 geldt het oude stelsel. Elke peildatum 1 januari telt nog. Een vermogensverschuiving rond de jaarwisseling heeft dus nog twee keer effect: op 1 januari 2027 en 1 januari 2028 (als het nieuwe stelsel dan nog niet ingaat).

Box 3 of vermogen in de BV of holding: hoe maak je de afweging?

Veel DGA's laten winst in de BV staan en beleggen daar. De vergelijking is niet eenvoudig, want de heffingen werken op een andere manier.

  • Privé in box 3 (2026): 36% over het forfaitaire of werkelijke rendement. Bij een portefeuille van €200.000 is dat forfaitair ongeveer 36% x 6% = 2,16% van het vermogen per jaar, ongeacht wat de beurs doet (met tegenbewijs als vangnet).
  • In de BV: vennootschapsbelasting van 19% tot €200.000 winst en 25,8% daarboven, over het werkelijke resultaat. Bij een uitkering volgt box 2: in 2026 24,5% tot €68.843 (€137.686 voor fiscale partners) en 31% daarboven.

Gecombineerd betaal je bij uitkering dus 19% plus 24,5% over het restant, samen 38,85%, of in de hoogste schijven 25,8% plus 31%, samen 48,8%. Het voordeel van de BV zit in uitstel: zolang je niet uitkeert, rendeert het geld na 19% of 25,8% verder. Het nadeel: aan het eind betaal je vaak méér dan in box 3, en vermogen in de BV is minder vrij beschikbaar.

Beslisregels die wij in de praktijk hanteren:

  • Heb je het geld de komende tien jaar niet privé nodig? Dan is beleggen in de holding vaak aantrekkelijk, zeker onder het huidige forfait van 6% op beleggingen.
  • Wil je er binnen enkele jaren van leven of een woning kopen? Dan maakt de dubbele heffing bij uitkering de BV meestal duurder dan box 3.
  • Haal je structureel weinig rendement (sparen, obligaties)? Box 3 met tegenbewijs is dan vaak gunstiger dan de BV, omdat je via box 2 later alsnog belast wordt.
  • Ga je lenen bij je eigen BV om privé te beleggen? Houd rekening met de Wet excessief lenen; zie ons artikel over rekening courant en excessief lenen.

Wil je winst gericht naar een holding brengen, lees dan eerst ons stuk over een holdingstructuur opzetten en over dividend uitkeren uit je BV.

Veelgemaakte fouten in box 3

  • Tegenbewijs indienen bij een klein vermogen. Door het wegvallen van het heffingsvrij vermogen pakt werkelijk rendement dan juist duurder uit.
  • Kosten aftrekken. Beheerkosten of onderhoud verminderen het werkelijk rendement niet. Wie ze meetelt, rekent zich rijk.
  • Ongerealiseerde koerswinst vergeten. Ook zonder verkoop telt de waardestijging. Gebruik de waarde op 1 januari van het volgende jaar.
  • Rendement niet onderbouwen. Bewaar jaaroverzichten van bank en broker, huurcontracten en WOZ beschikkingen. Zonder stukken is tegenbewijs niet aannemelijk te maken.
  • Een vordering op de eigen BV vergeten. Die hoort in box 3 en wordt vaak over het hoofd gezien, net als een lening aan familie.
  • Vermogen kunstmatig verschuiven rond de peildatum. Spaargeld kort voor 1 januari omzetten in vrijgestelde bezittingen en daarna terugdraaien wordt bestreden met de antiarbitrageregel.

Checklist voor je box 3 positie

  • Maak een overzicht van alle bezittingen en schulden op 1 januari 2026, per categorie.
  • Bereken het forfaitaire rendement en de box 3 belasting over 2026.
  • Houd gedurende het jaar alle directe opbrengsten bij: rente, dividend, huur.
  • Leg op 31 december 2026 de waarde van elke bezitting vast (koersen, taxatie, WOZ).
  • Bereken het werkelijk rendement zonder aftrek van kosten, maar met aftrek van betaalde rente.
  • Vergelijk beide uitkomsten en kies in de aangifte over 2026 voor het laagste.
  • Controleer of je vorderingen op de eigen BV een zakelijke rente en schriftelijke afspraken hebben.
  • Bespreek vóór 31 december of vermogen beter in de BV of privé kan staan, met het oog op 2027 en 2028.

Wat dit voor je betekent

Box 3 is voor ondernemers geen jaarlijks invulmoment maar een onderdeel van je vermogensstructuur. Bij OneStone kijken we bij de jaarafsluiting naar het hele plaatje: wat staat er in de BV, wat in de holding, wat privé, en welke stromen lopen ertussen. In Moneybird en Exact Online leggen we de rekening courant met de DGA en eventuele leningen zo vast dat je eind december direct ziet welke vordering of schuld op de peildatum staat.

Voor de aangifte rekenen we beide varianten door en kiezen we de gunstigste. Bij twijfel over de herstructurering van vermogen richting 2028 brengen we de scenario's in beeld, zodat je een beslissing neemt op basis van cijfers en niet op basis van krantenkoppen. Meer over onze aanpak voor ondernemers met een holding lees je op finance voor holdings en DGA's.

Let op: Dit artikel is met zorg samengesteld op basis van de wet en regelgeving zoals die in 2026 geldt en de stand van de wetgeving op 5 oktober 2026. Het is bedoeld als algemene toelichting en vormt geen persoonlijk fiscaal of juridisch advies. De voorstellen voor 2027 en 2028 kunnen nog wijzigen. Je eigen situatie kan tot een andere uitkomst leiden. Overleg altijd met je adviseur voordat je beslissingen neemt.

Veelgestelde vragen

  • Wat is het heffingsvrij vermogen in box 3 in 2026? Het heffingsvrij vermogen is €59.357 per persoon, met een fiscaal partner dus €118.714 samen. Daarboven betaal je 36% over het forfaitaire rendement.
  • Wanneer gaat de Wet werkelijk rendement box 3 in? De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. De wet is wel door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer heeft de stemming aangehouden tot na een novelle. Of 2028 haalbaar is, hangt af van de behandeling van die novelle vóór eind 2026.
  • Mag ik kosten aftrekken bij de tegenbewijsregeling? Nee. Alleen betaalde rente op schulden is aftrekbaar. Beheerkosten, advieskosten en onderhoud aan vastgoed verlagen het werkelijk rendement niet.
  • Telt het heffingsvrij vermogen mee als ik kies voor werkelijk rendement? Nee, bij werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen. Daardoor is tegenbewijs voor spaarders en kleinere vermogens vaak ongunstig.
  • Is beleggen in mijn BV goedkoper dan in box 3? Zolang je niet uitkeert, betaal je in de BV alleen vennootschapsbelasting over het werkelijke resultaat. Bij uitkering volgt box 2, waardoor de totale druk kan oplopen tot 38,85% of 48,8%. Het hangt dus af van je horizon en het rendement.
  • Wat gebeurt er in 2027 met box 3? In 2027 blijft het forfaitaire stelsel met tegenbewijs gelden, met een tarief van 36%. Het kabinet stelt voor het heffingsvrij vermogen in 2027 te verlagen naar €30.846; dat is nog niet aangenomen.

Bronnen

  • Belastingdienst, Formulier Opgaaf werkelijk rendement (https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/formulier-opgaaf-werkelijk-rendement)
  • Belastingdienst, Wat is mijn werkelijk rendement? (https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/wat-is-mijn-werkelijk-rendement)
  • Rijksoverheid, Plannen werkelijk rendement box 3 (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inkomstenbelasting/plannen-werkelijk-rendement-box-3)
  • Eerste Kamer, Wet werkelijk rendement box 3 (36.748) (https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36748_wet_werkelijk_rendement_box)
  • Eerste Kamer, Senaat houdt stemming box 3 wet aan, 30 juni 2026 (https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20260630/senaat_houdt_stemming_box_3_wet)
  • Tweede Kamer, Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?dossier=36748&id=2025Z09723)

Lees ook: Holdingstructuur opzetten in 2026: voordelen, stappenplan en kosten · Dividend uitkeren uit je BV in 2026: box 2, balanstest en strategie · Rekening-courant DGA en de Wet excessief lenen: de €500.000-grens in 2026

Liever laten regelen?

Wil je weten of tegenbewijs over 2026 voor jou loont, of of je vermogen beter in je holding staat? Bekijk onze finance voor holdings en DGA's of plan een vrijblijvende kennismaking.

Benieuwd wat dit voor jouw onderneming betekent?

Plan een vrijblijvende kennismaking. We kijken samen naar je cijfers en waar de meeste winst te halen valt.